Het hoger algemeen voortgezet onderwijs dat afgekort wordt als havo, is het op één na hoogste niveau binnen het voortgezet onderwijs in Nederland. Het havo is in principe geen eindonderwijs - het is algemeen vormend (theoretisch) onderwijs en geen beroepsopleiding. Het havo duurt 5 jaar.
In havo 3 volg je een breed programma van 15 vakken. In dit jaar is er veel aandacht voor de voorbereiding op de bovenbouw. Aan het einde van havo 3 maak je een keuze voor een van de vier profielen. In klas 4 en 5 (Tweede Fase) word je in de lessen voorbereid op het eindexamen en de vervolgopleidingen.
De Tweede Fase
De profielen in de Tweede Fase bestaan uit een aantal vaste vakken en keuzevakken. Naast deze profielvakken volg je alle vakken uit het gemeenschappelijke deel. Er zijn vier profielen:
Cultuur en maatschappij (C&M)
Dit profiel is bedoeld voor leerlingen die belangstelling hebben voor kunst, cultuur, maatschappij en taal. Het geeft de mogelijkheid door te stromen naar vervolgopleidingen voor beroepen in de sfeer van sociaal werk, onderwijs, geschiedenis, kunst, cultuur en taal.
Economie en maatschappij (E&M)
Met de keuze van dit profiel kunnen leerlingen terechtkomen in beroepen die te maken hebben met het bedrijfsleven of het openbaar bestuur. Bijvoorbeeld bij een bank, verzekeringsmaatschappij, diverse overheden, transportbedrijven, kantoren, en dergelijke.
Natuur en gezondheid (N&G)
Leerlingen die belangstelling hebben voor medische, paramedische of biologische beroepen kiezen voor deze richting. Na een vervolgopleiding worden zij bijvoorbeeld fysiotherapeut, verpleegkundige, laborant, landbouwdeskundige, milieumedewerker of docent lichamelijke opvoeding.
Natuur en techniek (N&T)
Dit profiel is bestemd voor leerlingen die verder willen studeren in een exacte of technische richting. Voorbeelden van vervolgstudies zijn: werktuigbouw, luchtvaarttechniek, elektronica, weg- en waterbouw, milieutechniek en scheepvaart.
De aanpak van het onderwijs
Studiewijzer
In de Tweede Fase leer je steeds meer je eigen verantwoordelijkheid te nemen. Het jaar wordt opgedeeld in periodes van 5 weken, die steeds worden afgesloten met een toetsweek. Dit betekent dat je moet leren je werk te spreiden en dus goed te plannen. Voor ieder vak krijg je een studiewijzer, waarop je kunt zien welke stof wanneer behandeld wordt en waarop je je vorderingen/planning bij kunt houden.
KWT
Iedere dag is er bovendien tijdens een aangewezen uur de mogelijkheid om een keuze te maken uit een aanbod van meerdere vakken (keuzewerktijd / KWT). Zo kun je zelf voor een deel bepalen welke begeleiding/extra oefening je het meest nodig hebt.
Verder is er veel aandacht voor het aanleren van vaardigheden die ook in het latere leven vaak van pas zullen komen: samenwerken, informatie verzamelen, presenteren, debatteren etc.
Het examen
In de Tweede Fase start je al in klas 4 met het schoolexamen. Voor alle vakken behalve Frans, Duits en Engels worden in ieder leerjaar minimaal twee schoolexamentoetsen afgenomen.
Schoolexamens en vorderingentoetsen bepalen samen het overgangscijfer. De cijfers voor het schoolexamen gaan mee naar het examenjaar. In havo 5 heb je alleen nog schoolexamens en doe je in mei eindexamen.